vrijdag 22 oktober 2010
zondag 5 september 2010
Phenomena - Jarik Jongman
Toen we bijna een jaar geleden contact zochten met Jarik, nadat we gegrepen waren door de kracht van zijn werken, was hij aan het werk in de Kunsthalle in Berlijn. We moesten dus nog even geduld hebben voordat we zijn werk in het echt konden bekijken. Later, toen we hem bezochten in zijn atelier in Wormer om het werk dus in het echt te bewonderen, waren niet al zijn werken daar want de Wilson & Williams Gallery in Londen had er een aantal meegenomen voor de Biënnale van Berlijn en voor een expositie in Londen later dit jaar. Toch waren we daar niet treurig om. Het lijkt ons namelijk heerlijk dat, als je zulk mooi werk maakt, er internationale interesse is om je werken tentoon te stellen.
Galerie Kap Pur is er op gericht om kunst tentoon te stellen die een zekere inspanning vereist van de toeschouwer. Daarnaast kiezen we kunstenaars die er in slagen hun visie en ideeën over te brengen naar hun werken en via hun werken tot de toeschouwer te laten spreken zodat deze de galerie “rijker” verlaat. Rekening houdend met deze uitgangspunten kiezen we steeds voor kwalitatief hoogwaardig werk. Uiteraard heeft deze kwaliteit betrekking op de gekozen materialen en het gebruik hiervan maar ook de beheersing van de materialen en de techniek.
En dat heeft het werk van Jarik allemaal in zich. De veelal monumentale olieverfschilderijen van Jarik stralen naast dramatiek, ook hoop en kracht uit. Als uitgangspunt voor zijn werk gebruikt hij voornamelijk foto’s die hij zelf heeft gemaakt. Daarnaast maakt hij gebruik van anonieme afbeeldingen die hij bijvoorbeeld vindt op vlooienmarkten, in boeken of tijdschriften en op het internet. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn religie, transformatie, geschiedenis en metafysica.
De werken die u hier ziet, tonen onder andere verlaten gebouwen of fabrieken waar vegetatie is ontstaan en oude motelkamers met mysterieuze lichtschitteringen. Deze motelkamers maken deel uit van een serie werk getiteld “Phenomena”. Een serie die zinspeelt op de kortstondige en voorbijgaande aard van het bestaan. De schitteringen kunnen worden gezien als onze tijdelijke verblijfplaats in het universum waarin we “slechts” een korte lichtflits zijn. Maar daarnaast roepen ze ook vragen op over de aard en werkelijkheid van het leven.
Volgens Jarik openbaart de wereld zichzelf via beeldspraak of metaforen die iedereen op zijn eigen manier interpreteert. Volgens de Duitse natuurkundige Werner Heisenberg is het namelijk niet de realiteit die zich aan ons openbaart maar de realiteit zoals deze wordt blootgesteld aan onze manier van kijken. Jarik heeft zijn werk mede op deze zienswijze gebaseerd. De fenomenen zoals afgebeeld in zijn schilderijen zijn dan ook bovennatuurlijk van aard omdat ze verschijnen als spookachtige nevels of mysterieuze lichtflitsen. Hierdoor zal het werk u verwarren of zelfs doen duizelen en wegdromen.
Laatst trof ik op internet een spontane reactie aan op het werk van Jarik. Een reactie die precies aansluit bij dat wegdromen. Namelijk: “Great work! Keep dreaming because somebody has to!”
En dat heeft het werk van Jarik allemaal in zich. De veelal monumentale olieverfschilderijen van Jarik stralen naast dramatiek, ook hoop en kracht uit. Als uitgangspunt voor zijn werk gebruikt hij voornamelijk foto’s die hij zelf heeft gemaakt. Daarnaast maakt hij gebruik van anonieme afbeeldingen die hij bijvoorbeeld vindt op vlooienmarkten, in boeken of tijdschriften en op het internet. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn religie, transformatie, geschiedenis en metafysica.
De werken die u hier ziet, tonen onder andere verlaten gebouwen of fabrieken waar vegetatie is ontstaan en oude motelkamers met mysterieuze lichtschitteringen. Deze motelkamers maken deel uit van een serie werk getiteld “Phenomena”. Een serie die zinspeelt op de kortstondige en voorbijgaande aard van het bestaan. De schitteringen kunnen worden gezien als onze tijdelijke verblijfplaats in het universum waarin we “slechts” een korte lichtflits zijn. Maar daarnaast roepen ze ook vragen op over de aard en werkelijkheid van het leven.
Laatst trof ik op internet een spontane reactie aan op het werk van Jarik. Een reactie die precies aansluit bij dat wegdromen. Namelijk: “Great work! Keep dreaming because somebody has to!”
maandag 3 mei 2010
Beneath a clear blue sky
De expositie Beneath a clear blue sky van Sieberen-Henk de Jong is een expositie waar we, om meerdere redenen, lange tijd naar hebben uitgekeken. Vooral om de kwaliteit van de werken maar zeker ook de thematiek van het werk en natuurlijk de prettige samenwerking met Sieberen-Henk. Sieberen-Henk komt oorspronkelijk uit Utingeradeel maar woont en werkt inmiddels in Tilburg. Hij is afgestudeerd in 2002 aan de Hogeschool voor de Kunsten in Kampen en heeft in twee opeenvolgende jaren een startstipendium van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst ontvangen.
Kort na zijn academietijd werkte Sieberen-Henk vooral binnen het gebied tussen abstractie en figuratie en koos vormen zoals constructies, gebouwen en landschappen. Eén van de resultaten van dit onderzoek was zijn eerste starterstipendium. Daarna werkt hij door in de lijn van dit onderzoek hetgeen resulteerde in zijn tweede stipendium. Na deze periode is hij naar het zuiden van het land verhuisd en zocht hij een andere richting in zijn werk en besloot om het roer totaal om te gooien en opnieuw te beginnen. Begin 2008 is hij aan een serie begonnen waarvan hier nog een deel te zien is. Ook te zien is de serie waaraan hij daarna heeft gewerkt, en nog werkt.
Het werk van Sieberen-Henk bevindt zich tussen gekte en gelatenheid. Hij verbeeldt de onontkoombaarheid van het noodlot, vaak geïnspireerd door religieuze, mythologische en he dendaagse literatuur. Sieberen-Henk kiest voor een beperking van zijn kleurpalet. De figuratie wordt met name bepaald door de beeldcultuur van stripverhalen en fotografie.
In zijn werk probeert Sieberen-Henk zoveel mogelijk een balans te vinden tussen de formele werking van een schilderij en de inhoud die hij wil verbeelden. Hierbij heeft hij een sterke affiniteit met onderwerpen waarbij zich een onderhuidse spanning voordoet. Hij kiest voor werk die verhalen van onze menselijke natuur verbeelden.

De twee blauwe werken met vliegtuigen zijn werken uit zijn Blue Icarus serie. Icarus is een mythologisch figuur die wilde vliegen met een constructie van vogelveren en was. Het begin van zijn tocht ging voorspoedig, totdat Icarus hoogmoedig werd en een hoger luchtruim opzocht. Door te dicht bij de zon te komen, smolt de was en stortte hij neer. Het vliegtuig dient hier als metafoor voor het overwinnen van de fysieke beperkingen waaraan mensen onderhevig zijn. Tegelijkertijd heeft Sieberen-Henk het vliegtuig ontdaan van zijn functie namelijk het vliegen. Dat levert verstilde maar ook heel intense voorstellingen op.
Het vervolg op dit werk is een tweede serie schilderijen waarin voorstellingen met mensfiguren centraal staan. In dit werk tracht hij de dynamiek van de voorstelling te verhogen en probeert hij de onderliggende relaties tussen de mensfiguren duidelijk te maken. Wederom speelt hier de onontkoombaarheid van het noodlot de hoofdrol en bevindt het werk zich weer tussen gekte en gelatenheid.
Sieberen experimenteert net zolang totdat hij de juiste verhoudingen tussen vorm, kleur en diepte heeft. Daarbij kiest hij voor een beperking van zijn palet waarin hij voornamelijk één kleurtoon kiest om de afgebeelde voorstelling te versterken. De overwegend blauwe kleuren binnen de Blue Icarus-serie zijn ontstaan om als filter van een wat killere, afstandelijkheid te functioneren, waardoor er een verstilde spanning wordt gecreëerd. Bij de serie mensfiguren gebruikt hij veel felle, rode kleuren om een meer directe spanning op te roepen hetgeen perfect aansluit bij de reeds genoemde onderhuidse spanning en menselijke natuur.
De tweede serie is duidelijk een reactie op de eerste serie met de vliegtuigen vandaar dat we deze link naar voren laten komen door enkele werken uit de Blue Icarus serie aan u te tonen. Noem het een stukje kunsthistorie want wij zijn er van overtuigd dat Sieberen-Henk hiermee geschiedenis zal schrijven.
Met deze woorden wil ik de expositie graag als geopend verklaren.
Wilfred van der Velden - curator en galerist
Het werk van Sieberen-Henk bevindt zich tussen gekte en gelatenheid. Hij verbeeldt de onontkoombaarheid van het noodlot, vaak geïnspireerd door religieuze, mythologische en he dendaagse literatuur. Sieberen-Henk kiest voor een beperking van zijn kleurpalet. De figuratie wordt met name bepaald door de beeldcultuur van stripverhalen en fotografie.
In zijn werk probeert Sieberen-Henk zoveel mogelijk een balans te vinden tussen de formele werking van een schilderij en de inhoud die hij wil verbeelden. Hierbij heeft hij een sterke affiniteit met onderwerpen waarbij zich een onderhuidse spanning voordoet. Hij kiest voor werk die verhalen van onze menselijke natuur verbeelden.
De twee blauwe werken met vliegtuigen zijn werken uit zijn Blue Icarus serie. Icarus is een mythologisch figuur die wilde vliegen met een constructie van vogelveren en was. Het begin van zijn tocht ging voorspoedig, totdat Icarus hoogmoedig werd en een hoger luchtruim opzocht. Door te dicht bij de zon te komen, smolt de was en stortte hij neer. Het vliegtuig dient hier als metafoor voor het overwinnen van de fysieke beperkingen waaraan mensen onderhevig zijn. Tegelijkertijd heeft Sieberen-Henk het vliegtuig ontdaan van zijn functie namelijk het vliegen. Dat levert verstilde maar ook heel intense voorstellingen op.
Het vervolg op dit werk is een tweede serie schilderijen waarin voorstellingen met mensfiguren centraal staan. In dit werk tracht hij de dynamiek van de voorstelling te verhogen en probeert hij de onderliggende relaties tussen de mensfiguren duidelijk te maken. Wederom speelt hier de onontkoombaarheid van het noodlot de hoofdrol en bevindt het werk zich weer tussen gekte en gelatenheid.
Sieberen experimenteert net zolang totdat hij de juiste verhoudingen tussen vorm, kleur en diepte heeft. Daarbij kiest hij voor een beperking van zijn palet waarin hij voornamelijk één kleurtoon kiest om de afgebeelde voorstelling te versterken. De overwegend blauwe kleuren binnen de Blue Icarus-serie zijn ontstaan om als filter van een wat killere, afstandelijkheid te functioneren, waardoor er een verstilde spanning wordt gecreëerd. Bij de serie mensfiguren gebruikt hij veel felle, rode kleuren om een meer directe spanning op te roepen hetgeen perfect aansluit bij de reeds genoemde onderhuidse spanning en menselijke natuur.
De tweede serie is duidelijk een reactie op de eerste serie met de vliegtuigen vandaar dat we deze link naar voren laten komen door enkele werken uit de Blue Icarus serie aan u te tonen. Noem het een stukje kunsthistorie want wij zijn er van overtuigd dat Sieberen-Henk hiermee geschiedenis zal schrijven.
Met deze woorden wil ik de expositie graag als geopend verklaren.
Wilfred van der Velden - curator en galerist
woensdag 17 maart 2010
Prooi- of roofdier, that’s the question
Prooidieren heeft Liesbeth Verhoeven deze tentoonstelling van haar werk menen te moeten noemen. Die titel heeft mij in de voorbereiding van vanavond langs een bijzonder pad gevoerd waarin ik mij via onze digitale informatiekanalen gelaafd heb aan de meest fantastische overpeinzingen van het roofdier en het prooidier. En me daarbij uiteraard de lastige vraag gesteld tot welke soort wij mensen (of kunstenaars) horen.
D
an lees je bijvoorbeeld dat Liesbeth Verhoeven zich opsluit in de vastentijd en zich vanuit dit sociaal isolement verschuilt achter zwart beschilderde glasplaten. En dan krast ze in die zelfgekozen duisternis beelden in die donkere wereld waar het licht fel doorheen moet gaan vallen. Als de getekende beelden de kijkgaten zijn waardoor het roofdier zijn prooi bespiedt zou dit het gedrag van het loerende roofdier kunnen zijn. En dan is de wereld haar prooi. Een wereld opgeroepen door de fantasie, een fantasie gevoed door de boeken die eveneens hun wortels in de verbeelding hebben. Wat overblijft van de vraatzucht der verbeelding van het roofdier is tenslotte het beeld als een prooi waarnaar wij kijken om het - getransformeerd tot roofdier inmiddels- met onze ogen te verslinden.
Kunnen kunstenaars eigenlijk wel prooidieren zijn? Het kenmerk van prooidieren is dat ze zich schuil houden in de kudde, zo onopvallend mogelijk willen zijn, zich camoufleren als een ander en onopgemerkt willen blijven, altijd klaar om op de vlucht te slaan. Een dergelijk verschuilen lijkt mij a-typisch gedrag voor iemand die iets te melden heeft. In het algemeen is de vraag of mensen prooidier zijn of roofdier een lastige. Afgaande op de miljoenen meelopers die achter de meest absurde denkbeelden van sommige politici aanlopen krijg je de indruk dat dit toch echt het gedrag van prooidieren moet zijn. Maar aan de andere kant heeft hetgeen deze zich verschuilende prooidieren willen of roepen weer meer weg van vraatzucht van het roofdier.
Hét kenmerk van het prooidier is de mimicry. Het net doen alsof. En toch… Toch zou het natuurlijk kunnen dat ieder mens in wezen een roofdier is, belust op het eigen gewin, het individuele welzijn, maar zich daarvoor uit veiligheid vermomd als prooidier, opgaat in de kudde. Een merkwaardige symbiose: enerzijds de hang naar de grootst mogelijke individualiteit en anderzijds de beschermig van de soort. Terwijl ik dit overwoog bracht het me bij de ultieme vermomming: het roofdier dat zich camoufleert als prooidier, zoiets als de wolf in schaapskleren.
Volgens het biologieboek zijn roofdieren voor hun dagelijkse kost afhankelijk van prooidieren of planten. Kunstenaars zijn een a-typische soort van roofdier die met hamer, beitel, kwast, kraspen of piano de wereld als een artistieke prooi vermalen. En die de in de mallemolen van hun verbeelding vermalen wereld weer teruggeven in een gelouterde nog ongekende nieuwe vorm van het boek vol woorden, het soms onbegrepen beeld, in dans, muziek en theater. Daarmee zou je kunstenaars kunnen beschouwen als onbaatzuchtige roofdieren.
Typisch aan het roofdier is dat het zich verschuilt en wacht tot het zijn slag kan slaan. Prooidieren kunnen dat niet want moeten steeds alert zijn om te vluchten. 'Roofdierkunstenaar' Verhoeven verschanst zich achter de de zwart geïnkte glasplaten, kerft er de wereld van het prooidier in. Zet er vervolgens een lamp op en maakt u en ik tot prooidier die er naar staren als konijnen in de koplampen van de naderende auto. Gevangen door de verbeelding, denkend het gevaar te kunnen trotseren door roerloos stil te blijven zitten.
Ofschoon mij de kunstenaar in eerste instantie dus een roofdier lijkt te zijn heeft hij ook aspecten van het prooidier. Net als het prooidier is moet de kunstenaar constant alert zijn op wat er om hem heen gebeurt. De verbeelding moet geprikkeld en daarvoor moeten ogen en oren altijd open staan. En ook om andere redenen is waakzaamheid op zijn plaats want het is aan de orde van de dag dat de tijd waarin we leven aanleiding is van sommigen om te proberen van weerloze kunstprooidieren een geweldig aas te maken.
De kunstenaar is roofdier in het loeren op de buit, daarvoor is het noodzakelijk om scherp de diepte te willen en kunnen zien. Kijken tot de horizon. Hij is prooidier als ie weet dat om te overleven elke vorm van pijn en zwakte verborgen moet blijven, en dat waakzaamheid waar het gevaar vandaan komt een panoramisch oog vergt waarin je alles om je heen kunt zien.
De kunstenaar gebruikt de mimicry van het prooidier even ongegeneerd als dat hij morgen als roofdier de camouflage van de wolf in de schaapskleren doorziet. De kunstenaar is een hybride van roofdier en prooidier.
Tine van de Weyer
Openinsgsspeech van 11 maart 2010
D
an lees je bijvoorbeeld dat Liesbeth Verhoeven zich opsluit in de vastentijd en zich vanuit dit sociaal isolement verschuilt achter zwart beschilderde glasplaten. En dan krast ze in die zelfgekozen duisternis beelden in die donkere wereld waar het licht fel doorheen moet gaan vallen. Als de getekende beelden de kijkgaten zijn waardoor het roofdier zijn prooi bespiedt zou dit het gedrag van het loerende roofdier kunnen zijn. En dan is de wereld haar prooi. Een wereld opgeroepen door de fantasie, een fantasie gevoed door de boeken die eveneens hun wortels in de verbeelding hebben. Wat overblijft van de vraatzucht der verbeelding van het roofdier is tenslotte het beeld als een prooi waarnaar wij kijken om het - getransformeerd tot roofdier inmiddels- met onze ogen te verslinden.Kunnen kunstenaars eigenlijk wel prooidieren zijn? Het kenmerk van prooidieren is dat ze zich schuil houden in de kudde, zo onopvallend mogelijk willen zijn, zich camoufleren als een ander en onopgemerkt willen blijven, altijd klaar om op de vlucht te slaan. Een dergelijk verschuilen lijkt mij a-typisch gedrag voor iemand die iets te melden heeft. In het algemeen is de vraag of mensen prooidier zijn of roofdier een lastige. Afgaande op de miljoenen meelopers die achter de meest absurde denkbeelden van sommige politici aanlopen krijg je de indruk dat dit toch echt het gedrag van prooidieren moet zijn. Maar aan de andere kant heeft hetgeen deze zich verschuilende prooidieren willen of roepen weer meer weg van vraatzucht van het roofdier.
Hét kenmerk van het prooidier is de mimicry. Het net doen alsof. En toch… Toch zou het natuurlijk kunnen dat ieder mens in wezen een roofdier is, belust op het eigen gewin, het individuele welzijn, maar zich daarvoor uit veiligheid vermomd als prooidier, opgaat in de kudde. Een merkwaardige symbiose: enerzijds de hang naar de grootst mogelijke individualiteit en anderzijds de beschermig van de soort. Terwijl ik dit overwoog bracht het me bij de ultieme vermomming: het roofdier dat zich camoufleert als prooidier, zoiets als de wolf in schaapskleren.Volgens het biologieboek zijn roofdieren voor hun dagelijkse kost afhankelijk van prooidieren of planten. Kunstenaars zijn een a-typische soort van roofdier die met hamer, beitel, kwast, kraspen of piano de wereld als een artistieke prooi vermalen. En die de in de mallemolen van hun verbeelding vermalen wereld weer teruggeven in een gelouterde nog ongekende nieuwe vorm van het boek vol woorden, het soms onbegrepen beeld, in dans, muziek en theater. Daarmee zou je kunstenaars kunnen beschouwen als onbaatzuchtige roofdieren.
Typisch aan het roofdier is dat het zich verschuilt en wacht tot het zijn slag kan slaan. Prooidieren kunnen dat niet want moeten steeds alert zijn om te vluchten. 'Roofdierkunstenaar' Verhoeven verschanst zich achter de de zwart geïnkte glasplaten, kerft er de wereld van het prooidier in. Zet er vervolgens een lamp op en maakt u en ik tot prooidier die er naar staren als konijnen in de koplampen van de naderende auto. Gevangen door de verbeelding, denkend het gevaar te kunnen trotseren door roerloos stil te blijven zitten.Ofschoon mij de kunstenaar in eerste instantie dus een roofdier lijkt te zijn heeft hij ook aspecten van het prooidier. Net als het prooidier is moet de kunstenaar constant alert zijn op wat er om hem heen gebeurt. De verbeelding moet geprikkeld en daarvoor moeten ogen en oren altijd open staan. En ook om andere redenen is waakzaamheid op zijn plaats want het is aan de orde van de dag dat de tijd waarin we leven aanleiding is van sommigen om te proberen van weerloze kunstprooidieren een geweldig aas te maken.
De kunstenaar is roofdier in het loeren op de buit, daarvoor is het noodzakelijk om scherp de diepte te willen en kunnen zien. Kijken tot de horizon. Hij is prooidier als ie weet dat om te overleven elke vorm van pijn en zwakte verborgen moet blijven, en dat waakzaamheid waar het gevaar vandaan komt een panoramisch oog vergt waarin je alles om je heen kunt zien.
De kunstenaar gebruikt de mimicry van het prooidier even ongegeneerd als dat hij morgen als roofdier de camouflage van de wolf in de schaapskleren doorziet. De kunstenaar is een hybride van roofdier en prooidier.
Tine van de Weyer
Openinsgsspeech van 11 maart 2010
dinsdag 19 januari 2010
Fabrizio Bianchini
Zoals we allemaal weten is onze multiculturele samenleving de laatste jaren volop in beweging. Volgens sommigen zodanig verstoord dat men zich afvraagt of er eigenlijk wel sprake is van een SAMENleving? Of zijn we allemaal individualisten die het zo aangenaam mogelijk voor elkaar willen maken door zich zo min mogelijk met elkaar te bemoeien. Fabrizio onderzoekt dit door heel feitelijk een onbevooroordeelde blik op de huidige samenleving te geven.
Dat doet hij door mensen te portreteren die achteloos ronddwalen op straat. Deze mensen zijn niet alleen in de stad maar toch ogen ze eenzaam. De afwezigheid van interactie tussen de mensen is duidelijk te zien en heel herkenbaar. Ga maar na wanneer je in een bus stapt met 1 passagier, dan ga je meestal zo ver mogelijk van deze persoon af zitten. Maar wat zou er gebeuren als je er nou juist naast zou gaan zitten? Zouden dan de kunstwerken van Fabrizio dan ineens saai zijn? Hebben we die kilte nodig voor wat spanning?
De manier waarop de werken tot stand komen is heel bijzonder. Fabrizio schildert niet op een ezel of op de grond, zijn doeken zijn niet eens opgespannen wanneer hij eraan werkt. Hij werkt eraan alsof het een fresco is. Hij plakt het canvas tegen de muur met tape. Op deze harde ondergrond werkt de kunstenaar het liefst. Zijn manier van werken is dus uitermate geschikt voor muurschilderingen. Daarom heeft hij de afgelopen weken in de bittere kou, en dat valt niet mee voor een Italiaan, gewerkt aan de muurschildering die u hier buiten kunt bewonderen.
Om dit werk te maken, en overigens al zijn werken uit deze serie, heeft hij een tijdje doorgebracht in de betreffende stad. In dit geval Tilburg. Hij probeert op die manier de ziel van de stad te vangen. Hij maakt daarbij foto’s van mensen die hij tegenkomt en dat geheel vormt zijn inspiratie voor de prachtige werken die u hier ziet.
Hij legt mensen vast tijdens hun dagelijkse stadsleven. Het is een confrontatie tussen mensen en de stad. Emoties versus de stugheid en geometrie van de stad. Mensen die steeds meer gaan lijken op de stad zelf: gejaagd en kil de drukte van het dagelijks leven najagen.
De karaktereigenschappen en lichamen van de personen op zijn schilderijen zijn sterk uitvergroot waardoor de kilte sterk naar voren komt. Tevens is het kleurgebruik de ene keer uitbundig en dan weer ingetogen, grijs zelfs. Op deze manier spat de realiteit van de compositie door de aanwezige kleuren van het doek.
Wilfred van der Velden
De manier waarop de werken tot stand komen is heel bijzonder. Fabrizio schildert niet op een ezel of op de grond, zijn doeken zijn niet eens opgespannen wanneer hij eraan werkt. Hij werkt eraan alsof het een fresco is. Hij plakt het canvas tegen de muur met tape. Op deze harde ondergrond werkt de kunstenaar het liefst. Zijn manier van werken is dus uitermate geschikt voor muurschilderingen. Daarom heeft hij de afgelopen weken in de bittere kou, en dat valt niet mee voor een Italiaan, gewerkt aan de muurschildering die u hier buiten kunt bewonderen.
Om dit werk te maken, en overigens al zijn werken uit deze serie, heeft hij een tijdje doorgebracht in de betreffende stad. In dit geval Tilburg. Hij probeert op die manier de ziel van de stad te vangen. Hij maakt daarbij foto’s van mensen die hij tegenkomt en dat geheel vormt zijn inspiratie voor de prachtige werken die u hier ziet.
Hij legt mensen vast tijdens hun dagelijkse stadsleven. Het is een confrontatie tussen mensen en de stad. Emoties versus de stugheid en geometrie van de stad. Mensen die steeds meer gaan lijken op de stad zelf: gejaagd en kil de drukte van het dagelijks leven najagen.
Wilfred van der Velden
zaterdag 7 november 2009
Openingsspeech
Welkom bij galerie Kap Pur en dank u voor uw aanwezigheid. Welkom natuurlijk bij de expositie van Joseph Klibansky.
Laatst las ik in een kunstblad dat er in een galerie in Amsterdam momenteel een expositie loopt van, wat we kunnen noemen, nederlandse Pop Art kunstenaars. De expositie laat zien welke opwinding men 40 jaar geleden voelde met onder andere de opkomst van massamedia. De expositie heet New Media, New Forms en dat is een heel toepasselijke titel. Een bepaalde manier van werken binnen de Pop Art was het maken van collages van foto's en flarden tekst, soms versterkt door geschilderde voorstellingen.
Op dit moment zitten we midden in die massamedia die toen in opkomst was. En ook nu wordt er door Joseph geknipt en gescheurd en geschilderd. Deze keer echter met en middels media waar men 40 jaar geleden nog niet van kon dromen. Joseph noemt zich dan ook New Media Artist en hij gebruikt voor zijn werken verschillende technieken, namelijk een mix van computerkunst, grafische kunst, fotografie, verf en sjablonen. Door deze technieken en door zijn keuzes ontstaan er kunstwerken die grafisch, dynamisch, kleurrijk, fantasievol en vaak surrealistisch zijn.
Ten tijde van de Pop Art waren de werken vooral politiek en maatschappelijk gericht. Joseph vindt zijn inspiratie vooral in steden, ultramoderne architectuur en reizen waarbij waarbij hij zijn visuele fantasie de vrije loop laat.
Het startpunt van Josephs werk is, zoals hij dat zelf omschrijft, het visualiseren van een denkbeeldige ruimte en het gevoel dat ik in die ruimte wil ervaren. Dat bepaalt vaak de afmetingen en verhoudingen van het te creëren kunstwerk. Bij het ontwerpen van mijn werk gebruikt ik vaak kleuren die een sterke invloed op hun omgeving hebben.
De werken die hij maakt, zijn een weergave van wat je kunt noemen een droom. Wat je ziet, lijkt echt maar dat is het niet. Steden die je meteen herkent als bijvoorbeeld New York maar die bij nadere bestudering toch niet lijken te kloppen. Joseph creëert namelijk steden, stelt zelf straten samen uit huizenblokken, plaatst herkenbare naambordjes op de verkeerde plaatsen, laat onmogelijke elementen een rol spelen, enz. Beelden waarbij je je afvraagt "kan dit wel?", of "mag dit wel?" Ja, dat kan en mag; het is namelijk zijn droom!
Zijn werk heeft vaak, zoals ik al zei, iets surrealistisch. Duidelijk is dat in Heavy Traffic waar (in New York?) taxi’s rondrijden samen met zwemmende vissen. Joseph zet ons steeds op het verkeerde been. We herkennen het beeld maar het voelt anders. Het beeld voelt goed maar we herkennen het niet. We herkennen het beeld maar we kennen het niet, en omgekeerd.
Dat doet ons beseffen dat we, hoe goed we de wereld ook denken te kennen door alle informatie die tot ons komt, we toch steeds weer opnieuw ontdekkingsreizigers zijn waar we ook gaan en komen.
Voordat ik de expositie voor geopend wil verklaren, wil ik graag eerst nog iets uitreiken. Zoals u misschien in de uitnodiging hebt gelezen, is vanavond de vooravond van de Jaarlijkse Kunstweek, van 7 t/m 15 november. De Kunstweek zet op talloze manieren beeldende kunst en kunstenaars in de schijnwerpers. Dat doet men door middel van een groot aantal publicaties, evenementen, exposities en het Kunstweek Boek. Ook dit jaar doen wij mee en wij hebben er voor gekozen om enkele werken van Joseph op te nemen in onze presentatie in het Boek.
Terwijl ik dit boek aan jou uitreik, Joseph wil ik je graag erg veel succes toewensen én deze expositie voor geopend verklaren.
Wilfred van der Velden - curator en galerist
Laatst las ik in een kunstblad dat er in een galerie in Amsterdam momenteel een expositie loopt van, wat we kunnen noemen, nederlandse Pop Art kunstenaars. De expositie laat zien welke opwinding men 40 jaar geleden voelde met onder andere de opkomst van massamedia. De expositie heet New Media, New Forms en dat is een heel toepasselijke titel. Een bepaalde manier van werken binnen de Pop Art was het maken van collages van foto's en flarden tekst, soms versterkt door geschilderde voorstellingen.Op dit moment zitten we midden in die massamedia die toen in opkomst was. En ook nu wordt er door Joseph geknipt en gescheurd en geschilderd. Deze keer echter met en middels media waar men 40 jaar geleden nog niet van kon dromen. Joseph noemt zich dan ook New Media Artist en hij gebruikt voor zijn werken verschillende technieken, namelijk een mix van computerkunst, grafische kunst, fotografie, verf en sjablonen. Door deze technieken en door zijn keuzes ontstaan er kunstwerken die grafisch, dynamisch, kleurrijk, fantasievol en vaak surrealistisch zijn.
Het startpunt van Josephs werk is, zoals hij dat zelf omschrijft, het visualiseren van een denkbeeldige ruimte en het gevoel dat ik in die ruimte wil ervaren. Dat bepaalt vaak de afmetingen en verhoudingen van het te creëren kunstwerk. Bij het ontwerpen van mijn werk gebruikt ik vaak kleuren die een sterke invloed op hun omgeving hebben.
De werken die hij maakt, zijn een weergave van wat je kunt noemen een droom. Wat je ziet, lijkt echt maar dat is het niet. Steden die je meteen herkent als bijvoorbeeld New York maar die bij nadere bestudering toch niet lijken te kloppen. Joseph creëert namelijk steden, stelt zelf straten samen uit huizenblokken, plaatst herkenbare naambordjes op de verkeerde plaatsen, laat onmogelijke elementen een rol spelen, enz. Beelden waarbij je je afvraagt "kan dit wel?", of "mag dit wel?" Ja, dat kan en mag; het is namelijk zijn droom!
Zijn werk heeft vaak, zoals ik al zei, iets surrealistisch. Duidelijk is dat in Heavy Traffic waar (in New York?) taxi’s rondrijden samen met zwemmende vissen. Joseph zet ons steeds op het verkeerde been. We herkennen het beeld maar het voelt anders. Het beeld voelt goed maar we herkennen het niet. We herkennen het beeld maar we kennen het niet, en omgekeerd.
Voordat ik de expositie voor geopend wil verklaren, wil ik graag eerst nog iets uitreiken. Zoals u misschien in de uitnodiging hebt gelezen, is vanavond de vooravond van de Jaarlijkse Kunstweek, van 7 t/m 15 november. De Kunstweek zet op talloze manieren beeldende kunst en kunstenaars in de schijnwerpers. Dat doet men door middel van een groot aantal publicaties, evenementen, exposities en het Kunstweek Boek. Ook dit jaar doen wij mee en wij hebben er voor gekozen om enkele werken van Joseph op te nemen in onze presentatie in het Boek.
Terwijl ik dit boek aan jou uitreik, Joseph wil ik je graag erg veel succes toewensen én deze expositie voor geopend verklaren.Wilfred van der Velden - curator en galerist
zaterdag 26 september 2009
Groepsexpositie
Deze expositie staat helemaal in het teken van textiel en diverse kunstuitingen binnen dit thema en dit materiaal. Zoals u ziet, is het materiaal op zeer uiteenlopende wijzen gebruikt. De ene keer als dragermateriaal, dan weer als vormgever of als “tekenmateriaal” .
Zoals ik al zei, is het een groepsexpositie en wel van 3 kunstenaars, namelijk Leen Alting, Bram de Jong en Marja Vink. De doeken zijn van Leen, de vilten planten zijn van Bram en de wereldborduursels zijn van Marja.
In december 2008 waren wij bij Leen Alting in Amsterdam om kennis te maken met hem en zijn werk. Leen en wij waren al meteen enthousiast en we zagen uit naar deze expositie. Leen gaf aan dat hij ziek was maar wij wisten toen niet hoe ernstig. Enkele maanden daarna namen wij nog eens contact op om een en ander door te nemen en toen hoorden wij van zijn vrouw Rita dat Leen ondertussen overleden was. Daar zijn we uiteraard enorm van geschrokken. Leen is slechts 55-56 jaar oud geworden. Hij heeft wel met zijn vrouw afgesproken dat zij zijn afspraken na zou komen, vandaar dat wij vandaag het werk mogen tonen van deze fantastische kunstenaar. Wij zijn daar Leen en Rita heel dankbaar voor.
Leen werkt met collages van bedrukte stof of bedrukt papier. Deze beelden combineert hij met elkaar met, als laatste laag, een folie of film. Op deze filmlaag zijn één of meerdere zwart-wit foto's afgedrukt. Deze laag bepaalt meestal het onderwerp zoals een portret of een gebouw. De transparantie van de folie zorgt ervoor dat de onderliggende lagen een achtergrond vormen voor de bovenste afbeelding waardoor er een contrasterende wereld ontstaat. Je kunt als toeschouwer door deze gelaagdheid heenreizen en je eigen wereld ontdekken.
Het werk van Bram de Jong is, ik zou haast willen zeggen “aardser” maar zeker met evenveel diepgang. Bram zegt daar zelf van “In de mij omringende, banale omgeving ben ik op zoek naar elementen die tot mijn verbeelding spreken. Ik onderzoek de alledaagsheid door objecten die een plek binnen het ‘gewoonheidskader’ hebben gekregen, uit te lichten en als basis voor mijn werk te nemen.”
Veel voorwerpen om ons heen zijn vooral functioneel waardoor we ons niet meer afvragen waarom ze “zo zijn”. Het gaat Bram, bij zijn keuze van de voorwerpen, niet om de functie die ze hebben maar veel meer om de plaats die ze innemen in ons leven. De vorm die ze hebben blijft behouden, zelfs de afmetingen, echter niet het materiaal waarvan ze zijn gemaakt. Het geheel onderzoekt hij door de voorwerpen exact na te maken waarbij hij een totaal ander materiaal gebruikt. Hierdoor wordt overduidelijk dat het voorwerp in deze uitvoering totaal onbruikbaar is geworden waardoor we ineens op een geheel andere wijze naar het object dienen te kijken. Dit sterke contrast tussen functie en uitvoering doet ons weer realiseren wat er om ons heen gebeurt en misschien ook wel waarom.
Marja Vink maakt aan de hand van krantenfoto’s, wat zij zelf noemt “Wereldborduursels”. De afbeeldingen zijn geborduurd met de naaimachine op doorzichtige stof, in verschillende lagen over elkaar heen. De loshangende draden laat zij vaak hangen waardoor dit “levenslijnen” worden die nog contact houden met de buitenwereld.
Omdat we tegenwoordig overspoeld worden met nieuws heeft dit nieuws de eigenschap dat het na een tijdje vervaagt. Het verbleekt in het schijnsel of de schaduw van nieuwe dingen. Hierdoor zijn we zelfs zeer ellendige dingen al weer snel vergeten. Deze vervaging geeft Marja weer door meerdere lagen over elkaar heen te leggen.
Als uitgangspunt voor haar borduursels gebruikt Marja het nieuws zoals zich dat opdringt in de krant met als basis de krantenfoto’s. In de borduursels kom je de volgende onderwerpen tegen: de beurscrisis, Afghanistan, werkgevers-werknemersoverleg, inburgeringscursus, etc. Heel actueel werk dus.
Zoals u vast hebt begrepen, staat deze expositie eveneens in het teken van het Textielweekend van 2-4 oktober. Heel Tilburg staat dan op z’n kop én in het teken van textiel. Dit uiteraard vanwege de tilburgse historie als textielstad. Aan deze historie kleeft ook een hardnekkige anekdote. Namelijk die van de Kruikenzeikers.
U krijgt ondertussen allemaal een borreltje. Wilt u dat nog even bewaren, hoe verleidelijk het ook is.
Hoe het precies zit met de ‘Kruikenzeiker’ weet niemand. Vermoedelijk werd urine gebruikt bij het wassen en het verven van wol en hebben Tilburgse textielarbeiders hun plas verzameld in kruiken en de inhoud verkocht aan fabrikanten. Door de wol met urine te wassen, werd de wol, hoe gek het ook klinkt, gereinigd. Deze legende wordt op dit moment onderzocht door de TU Eindhoven in opdracht van het Textielmuseum. Dit kunt u teruglezen op pagina 12 van het programmaboekje.
U hebt inmiddels allemaal een borreltje gekregen van een drankje dat uit een stenen kruik komt. Ben gerust het is geen plasje maar een Schrobbelèr. Gebotteld in een stenen kruik als eerbetoon aan de tijd waaraan onze voorouders de eeuwig durende bijnaam verdienden, namelijk de Tilburgse Kruikenzeikers.
Wij vonden dit wel een passende manier om de verre, verre oorsprong van deze expositie te vieren en met een toost deze expositie voor geopend te verklaren.
Proost!!
Wilfred van der Velden - Galerist/curator
Zoals ik al zei, is het een groepsexpositie en wel van 3 kunstenaars, namelijk Leen Alting, Bram de Jong en Marja Vink. De doeken zijn van Leen, de vilten planten zijn van Bram en de wereldborduursels zijn van Marja.
In december 2008 waren wij bij Leen Alting in Amsterdam om kennis te maken met hem en zijn werk. Leen en wij waren al meteen enthousiast en we zagen uit naar deze expositie. Leen gaf aan dat hij ziek was maar wij wisten toen niet hoe ernstig. Enkele maanden daarna namen wij nog eens contact op om een en ander door te nemen en toen hoorden wij van zijn vrouw Rita dat Leen ondertussen overleden was. Daar zijn we uiteraard enorm van geschrokken. Leen is slechts 55-56 jaar oud geworden. Hij heeft wel met zijn vrouw afgesproken dat zij zijn afspraken na zou komen, vandaar dat wij vandaag het werk mogen tonen van deze fantastische kunstenaar. Wij zijn daar Leen en Rita heel dankbaar voor.Leen werkt met collages van bedrukte stof of bedrukt papier. Deze beelden combineert hij met elkaar met, als laatste laag, een folie of film. Op deze filmlaag zijn één of meerdere zwart-wit foto's afgedrukt. Deze laag bepaalt meestal het onderwerp zoals een portret of een gebouw. De transparantie van de folie zorgt ervoor dat de onderliggende lagen een achtergrond vormen voor de bovenste afbeelding waardoor er een contrasterende wereld ontstaat. Je kunt als toeschouwer door deze gelaagdheid heenreizen en je eigen wereld ontdekken.
Het werk van Bram de Jong is, ik zou haast willen zeggen “aardser” maar zeker met evenveel diepgang. Bram zegt daar zelf van “In de mij omringende, banale omgeving ben ik op zoek naar elementen die tot mijn verbeelding spreken. Ik onderzoek de alledaagsheid door objecten die een plek binnen het ‘gewoonheidskader’ hebben gekregen, uit te lichten en als basis voor mijn werk te nemen.”Veel voorwerpen om ons heen zijn vooral functioneel waardoor we ons niet meer afvragen waarom ze “zo zijn”. Het gaat Bram, bij zijn keuze van de voorwerpen, niet om de functie die ze hebben maar veel meer om de plaats die ze innemen in ons leven. De vorm die ze hebben blijft behouden, zelfs de afmetingen, echter niet het materiaal waarvan ze zijn gemaakt. Het geheel onderzoekt hij door de voorwerpen exact na te maken waarbij hij een totaal ander materiaal gebruikt. Hierdoor wordt overduidelijk dat het voorwerp in deze uitvoering totaal onbruikbaar is geworden waardoor we ineens op een geheel andere wijze naar het object dienen te kijken. Dit sterke contrast tussen functie en uitvoering doet ons weer realiseren wat er om ons heen gebeurt en misschien ook wel waarom.
Marja Vink maakt aan de hand van krantenfoto’s, wat zij zelf noemt “Wereldborduursels”. De afbeeldingen zijn geborduurd met de naaimachine op doorzichtige stof, in verschillende lagen over elkaar heen. De loshangende draden laat zij vaak hangen waardoor dit “levenslijnen” worden die nog contact houden met de buitenwereld.Omdat we tegenwoordig overspoeld worden met nieuws heeft dit nieuws de eigenschap dat het na een tijdje vervaagt. Het verbleekt in het schijnsel of de schaduw van nieuwe dingen. Hierdoor zijn we zelfs zeer ellendige dingen al weer snel vergeten. Deze vervaging geeft Marja weer door meerdere lagen over elkaar heen te leggen.
Als uitgangspunt voor haar borduursels gebruikt Marja het nieuws zoals zich dat opdringt in de krant met als basis de krantenfoto’s. In de borduursels kom je de volgende onderwerpen tegen: de beurscrisis, Afghanistan, werkgevers-werknemersoverleg, inburgeringscursus, etc. Heel actueel werk dus.
Zoals u vast hebt begrepen, staat deze expositie eveneens in het teken van het Textielweekend van 2-4 oktober. Heel Tilburg staat dan op z’n kop én in het teken van textiel. Dit uiteraard vanwege de tilburgse historie als textielstad. Aan deze historie kleeft ook een hardnekkige anekdote. Namelijk die van de Kruikenzeikers.
U krijgt ondertussen allemaal een borreltje. Wilt u dat nog even bewaren, hoe verleidelijk het ook is.
Hoe het precies zit met de ‘Kruikenzeiker’ weet niemand. Vermoedelijk werd urine gebruikt bij het wassen en het verven van wol en hebben Tilburgse textielarbeiders hun plas verzameld in kruiken en de inhoud verkocht aan fabrikanten. Door de wol met urine te wassen, werd de wol, hoe gek het ook klinkt, gereinigd. Deze legende wordt op dit moment onderzocht door de TU Eindhoven in opdracht van het Textielmuseum. Dit kunt u teruglezen op pagina 12 van het programmaboekje.
U hebt inmiddels allemaal een borreltje gekregen van een drankje dat uit een stenen kruik komt. Ben gerust het is geen plasje maar een Schrobbelèr. Gebotteld in een stenen kruik als eerbetoon aan de tijd waaraan onze voorouders de eeuwig durende bijnaam verdienden, namelijk de Tilburgse Kruikenzeikers.
Wij vonden dit wel een passende manier om de verre, verre oorsprong van deze expositie te vieren en met een toost deze expositie voor geopend te verklaren.
Proost!!
Wilfred van der Velden - Galerist/curator
Abonneren op:
Posts (Atom)
